top of page

Veiligheidsnormen bij batterijopslag

  • 23 mrt
  • 2 minuten om te lezen

Bij energieopslag draait het niet alleen om capaciteit, rendement of terugverdientijd. Veiligheid vormt altijd de basis. Gaat er onverhoopt iets mis, dan wil je dat een installatie zo is ontworpen dat risico’s beheersbaar blijven en schade aan mens en omgeving wordt beperkt. In Nederland is daarvoor één richtlijn richtinggevend: PGS 37-2.


Wat is PGS 37-2?

PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. De richtlijn PGS 37-2 beschrijft hoe lithiumhoudende energiedragers, zoals accu’s en batterijen, veilig moeten worden opgeslagen en toegepast. De richtlijn is gebaseerd op een risicobenadering: niet alleen kijken naar wat technisch mogelijk is, maar vooral naar wat nodig is om risico’s te beheersen bij brand, storing of calamiteiten.


De status van PGS 37-2 in de wetgeving

PGS 37-2 is begin 2026 nog niet rechtstreeks wettelijk verplicht via het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In de praktijk wordt de richtlijn echter al breed toegepast door vergunningverleners, veiligheidsregio’s en verzekeraars als uitgangspunt voor de Beste Beschikbare Techniek (BBT). Daarmee is PGS 37-2 in veel trajecten feitelijk al de norm.Bij Lumo Energie gaan wij er daarom van uit dat PGS 37-2 in de (nabije) toekomst formeel wordt verankerd in de wetgeving. Om die reden houden wij hier nu al rekening mee bij het ontwerpen en adviseren van batterijsystemen. Dit voorkomt verrassingen in vergunningverlening, verzekerbaarheid en toekomstige aanpassingen.


Voor welke batterijen is PGS 37-2 relevant?

PGS 37-2 is met name relevant voor zakelijke en grootschalige batterijtoepassingen. In de praktijk wordt de richtlijn vooral toegepast bij batterijsystemen met een capaciteit van circa 20 kWh en hoger. Vanaf dit niveau nemen de opgeslagen energie en potentiële risico’s toe en gaan vergunningverleners, veiligheidsregio’s en verzekeraars de installatie nadrukkelijk toetsen aan PGS 37-2.Eerder werd vaak verwezen naar een gewichtsdrempel (zoals 333 kg), maar in de praktijk sluit een capaciteitsgrens in kilowattuur beter aan bij moderne batterijsystemen en de manier waarop risico’s worden beoordeeld. Kleinere thuisbatterijen vallen doorgaans buiten de reikwijdte van PGS 37-2. Dat betekent niet dat veiligheid daar geen rol speelt, maar wel dat de eisen vanuit wetgeving en verzekeraars meestal minder zwaar zijn. 


De kern van PGS 37-2: vier veiligheidsdoelen

De richtlijn richt zich op vier samenhangende veiligheidsdoelen:

  1. Omgevingsveiligheid – het voorkomen dat een incident overslaat naar de omgeving.

  2. Brandpreventie – het beperken van de kans dat externe invloeden leiden tot brand in de batterij.

  3. Arbeidsveiligheid – duidelijke procedures voor mensen die in de buurt van de installatie werken.

  4. Rampenbestrijding – zorgen dat een incident beheersbaar blijft en effectief bestreden kan worden.


Eisen vanuit verzekeraars

Verzekeraars kijken scherp naar batterijveiligheid. Veelvoorkomende aandachtspunten zijn onder andere:

  • Afstand tot gebouwen of aanvullende brandwerende voorzieningen.

  • Mogelijkheden voor koeling en brandbeheersing bij oververhitting.

  • Beheersing van rook, gassen en drukopbouw.

  • Mechanische, thermische en weersbescherming van de installatie.


Veiligheid als uitgangspunt

Bij Lumo Energie zien we veiligheid niet als een vinkje achteraf, maar als een integraal onderdeel van het ontwerp. Vanaf de eerste verkenning houden we rekening met richtlijnen, verzekerbaarheid en praktische uitvoerbaarheid.


Wat betekent dit voor jouw situatie?

Twijfel je of een batterijopstelling onder PGS 37-2 valt, of of een systeem verzekerbaar is? Wij denken graag mee voordat keuzes definitief worden vastgelegd. Neem vrijblijvend contact op voor een veiligheidscheck of adviesgesprek.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page